Pastinaca sativa (pastinaak, parsnip)
Historie
De pastinaak is een van de oudste gecultiveerde wortelgewassen in Europa. Al in de Romeinse tijd werd Pastinaca sativa geteeld en gegeten, vaak als zoete bron van energie vóór de introductie van de aardappel. In de Middeleeuwen was pastinaak een belangrijk basisvoedsel in Noordwest-Europa. Pas na de verspreiding van de aardappel in de 18e eeuw verloor de pastinaak zijn dominante positie, maar de laatste decennia maakt hij een culinaire comeback, vooral in de moderne keuken en biologische landbouw.
Kenmerken
Pastinaak behoort tot de schermbloemenfamilie (Apiaceae). Het is een tweejarige plant die in het eerste jaar een eetbare penwortel vormt en in het tweede jaar bloeit en zaad produceert.
Belangrijke kenmerken:
- Zaden per gram: circa 200–300 zaden per gram
- Kiemkracht: relatief kort houdbaar (1–2 jaar)
- Wortelvorm: kegelvormig tot cilindrisch, crème-wit
- Lengte: 15–30 cm, afhankelijk van ras en teeltomstandigheden
Recept: Geroosterde pastinaak met honing en tijm
Ingrediënten (4 personen):
- 500 g pastinaak
- 2 eetlepels olijfolie
- 1 eetlepel honing
- 1 theelepel verse tijm
- Zout en peper
Bereiding:
- Verwarm de oven voor op 200°C.
- Schil de pastinaken en snijd ze in lange stukken.
- Meng met olijfolie, honing, tijm, zout en peper.
- Spreid uit op een bakplaat en rooster 25–30 minuten tot goudbruin.
- Serveer als bijgerecht bij vlees of vegetarische gerechten.
De natuurlijke zoetheid van de pastinaak komt in dit gerecht bijzonder goed naar voren, vooral wanneer de wortels na een koude periode geoogst zijn.
Voor geintereseerden
Teeltgebieden
Pastinaak wordt wereldwijd in gematigde klimaten geteeld. Belangrijke teeltgebieden zijn:
- Noord- en West-Europa (Nederland, Verenigd Koninkrijk, Duitsland)
- Noord-Amerika
- Nieuw-Zeeland
De plant groeit het best in koele klimaten en verdraagt lichte vorst goed, wat zelfs de smaak ten goede komt.
Teelt en opbrengst
Pastinaak wordt direct in de vollegrond gezaaid, meestal in het vroege voorjaar (maart–april).
Teeltkenmerken:
- Grondsoort: diepe, losse, goed doorlatende grond
- pH: licht zuur tot neutraal (6,0–7,0)
- Zaaitijd: vroeg voorjaar
- Opkomstduur: traag (2–4 weken)
Opbrengst:
- Gemiddeld 30–60 ton per hectare, afhankelijk van ras, bodem en teelttechniek
- Oogst vindt plaats vanaf de herfst tot in de winter
Ziekten en plagen
Pastinaak kent enkele belangrijke ziekten en plagen:
- Wortelvlieg (Psila rosae): veroorzaakt vraatschade in de wortel
- Bladvlekkenziekten (zoals Alternaria): aantasting van het blad
- Schimmelrot (bij natte omstandigheden)
- Aaltjes: kunnen wortelmisvorming veroorzaken
Preventie gebeurt via vruchtwisseling, resistente rassen en goede bodemstructuur.
Veredeling en -doelen
De veredeling van pastinaak richt zich op:
- Uniforme wortelvorm en -grootte
- Verbeterde ziekteresistentie
- Betere bewaarbaarheid
- Verhoogde opbrengst
- Verbetering van smaak en textuur
Hybride rassen worden steeds belangrijker vanwege hun uniforme groei en hogere opbrengst.
Ploïdieniveau
Pastinaak is diploïd:
- Ploïdie: 2n = 22 chromosomen
Dit relatief eenvoudige genetische niveau maakt klassieke veredeling goed mogelijk.
Smaakontwikkeling en inhoudsstoffen
De smaak van pastinaak is zoet en licht nootachtig. Deze zoetheid neemt toe na blootstelling aan kou, doordat zetmeel wordt omgezet in suikers.
Belangrijke inhoudsstoffen:
- Koolhydraten (met name suikers na vorst)
- Voedingsvezels
- Vitamine C
- Kalium
- Essentiële oliën (verantwoordelijk voor aroma)
Daarnaast bevat pastinaak furanocoumarinen, stoffen die bij contact met zonlicht huidirritatie kunnen veroorzaken bij verwerking van het loof.




