Spruitkool: Brassica oleracea L. var. gemmifera
Plant van de maand – oktober 2025
Kenmerken
-
Ongeveer 300–350 zaden per gram.
-
Zeer winterhard, vooral de late rassen.
-
Oogstperiode: september tot en met februari.
Teeltgebieden
De belangrijkste productiegebieden liggen in de IJsselmeerpolders, Groningen en Vlaanderen. Buiten Europa zijn Californië en Washington State (VS) grote producenten. In Nederland beslaat het areaal zo’n 5.500 hectare, al neemt dit langzaam af.
Teelt & opbrengst
-
Plantdichtheid: ca. 35.000 planten per hectare.
-
Opbrengst: van 15 ton per hectare in vroege teelten tot zo’n 20 ton per hectare bij late oogst.
-
Exportwaarde vanuit Nederland: € 66 miljoen, vooral richting Duitsland, Verenigd Koninkrijk en België.
Ziekten en plagen
Belangrijkste bedreigingen zijn: witte roest, knolvoet, Alternaria, light leaf spot, Xanthomonas en bladluizen.
Veredeling
In de veredeling ligt de nadruk op hoge opbrengst, oogstzekerheid en ziekteresistentie. Robuuste, sterke planten zijn essentieel, en voor late rassen wordt extra gekeken naar vorstbestendigheid. Ook geschiktheid voor machinale oogst is een belangrijk doel: daarbij is een klein ‘voetje’ gewenst en een gelijkmatige, cilindrische spruitontwikkeling over de stam.
In de winkel worden spruiten op grootte gesorteerd. Dat maakt koken makkelijker: ze zijn allemaal tegelijk gaar. Ideaal zijn gladde spruiten zonder losse buitenblaadjes, met een lange houdbaarheid en frisgroene kleur.
Smaakontwikkeling
Er wordt gewerkt met twee smaakprofielen:
-
Klassieke spruit – rijk aan zwavel en bitterstoffen, geliefd bij de traditionele liefhebber.
-
Moderne spruit – milder van smaak, met minder bitterstoffen, speciaal ontwikkeld voor jongere consumenten met gevoelige smaakpapillen.